Beelddenken & onderwijs

Kinderen die beelddenken, verwerken informatie op een andere manier.

Beelddenken is niet hetzelfde als dyslexie

Een beelddenker verwerkt informatie sneller (32 beelden per seconde) dan een taaldenker (2 woorden per seconde). Een nadeel is dat een beelddenker moeite heeft om in woorden duidelijk te maken wat hij denkt. Dit kan voor lees- en spellingsproblemen zorgen.

Alhoewel de symptomen van dyslexie en beelddenken sterk op elkaar lijken, betekenen beide begrippen niet hetzelfde. Dyslexie is een neurologische stoornis. Beelddenken is een oorspronkelijk denkproces, waarbij het visuele leersysteem de voorkeur geniet.

Goede begeleiding helpt de beelddenker

Een beelddenker kan dus wel kenmerken van dyslexie vertonen, maar er is een duidelijk verschil: de problemen bij dyslexie zijn blijvend.  De problemen die een beelddenker kan krijgen in het talige onderwijs, zijn met goede begeleiding te verhelpen.

De overstap naar taaldenken

Het huidige onderwijs is voor het merendeel analytisch. Er wordt gewerkt vanuit de details naar het geheel: welke letter staat er? Is het een b of een d? Het gaat om volgorde: straat of staart. Om luisteren: welke klank hoor je? En op het automatiseren: leer het maar uit je hoofd.

Kinderen die de overstap naar het taaldenken niet kunnen maken, blijven visueel ingesteld. Niet de lesstof is het probleem, maar de talige manier van leren en lesgeven. De computer of een tablet kan hierbij een oplossing zijn. Zo kan de beelddenker individueel aan de slag met zijn specifieke manier van leren.

H3: Beeldende talenten inzetten

Met speciale visuele leertechnieken (zie: www.beeldenbrein.nl en www.lerenlerenmethode.nl) krijgen beelddenkende kinderen en de leerkrachten een handvat om talige lesstof visueel te maken. Zo kunnen kinderen hun beeldende talenten inzetten bij het leren. Dit zorgt voor succeservaringen, waardoor het zelfvertrouwen groeit. Leren wordt weer leuk!

Leer kinderen hoe ze moeten leren
Dr. Jaap Murre, hoogleraar Theoretische Neuropsychologie aan de UVA zegt hierover: “Het onderwijs is in de afgelopen honderd jaar nauwelijks veranderd. We leren kinderen van alles, behalve hoe ze iets moeten leren.” Hij onderzocht voor zijn wetenschappelijk onderzoek over het visuele- en verbale leersysteem 28.000 mensen in de leeftijd van 11 tot 80 jaar.

Uit dit onderzoek komt duidelijk naar voren dat het geheugen van mensen vanaf het vierde jaar een voorkeur ontwikkelt voor een van beide systemen en dat een daarvan dominant is. Dit geldt voor zowel het kortetermijngeheugen als het langetermijngeheugen.

Dat er ook een groep mensen is waarbij beide leersystemen dominant zijn, sluit het onderzoek niet uit. Uit verder onderzoek is gebleken dat deze dominantie voor meer dan 40% erfelijk wordt bepaald.

Tips voor leerkrachten:

  • Verspreid de lesstof over verschillende leermomenten: dan pas ontstaat het consolidatieproces. Het ‘stampen’ van lesstof heeft alleen op korte termijn effect.
  • Gebruik de verbeelding bij het leren: associaties maken bij het onthouden van dingen. Dat houdt de hersenen alert!