Organisatie

Beelddenken, hoe meet je dat?

Onderzoek wijst uit dat er op de basisschool een grote nadruk ligt op verbale communicatie en verbale vaardigheden. Sommige kinderen hebben echter een grote voorkeur voor beelddenken, waardoor zij minder goed zijn in verbale communicatie en verbale vaardigheden. Door hun voorkeur voor beelddenken zijn zij in het nadeel  op de basisschool, omdat visuele communicatie en vaardigheden minder gebruikt worden.

Dit zou mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben, zoals een negatiever zelfbeeld en onbegrepen worden door de omgeving. Kinderen met een voorkeur voor beelddenken denken vooral in plaatjes en kijken naar het grotere geheel en hoe stukjes informatie hierin passen. Zij leren tevens op een andere manier, namelijk door eerst een visualisatie van een concept te maken. Hierdoor passen visuele instructiemethoden beter bij deze kinderen.

Iets wat in dit verhaal nog ontbreekt, is een goed meetinstrument om vast te stellen of een kind een beelddenker is. Daarom start de Universiteit Utrecht in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen en Stichting Beelddenken een onderzoek naar beelddenken. Aan het onderzoek nemen 300 kinderen uit groep 6/7 deel.

De vraag die centraal staat in het onderzoek is ‘Hoe kan beelddenken worden vastgesteld?’. Daarnaast probeert het onderzoek antwoord te geven op de vragen ‘Hoe kan de voorkeur voor beelddenken versus verbaal denken betrouwbaar en valide worden vastgesteld?’. ‘Hoe hangt de voorkeur voor beelddenken of verbaal denken samen met de vaardigheid om visuele en verbale informatie te verwerken?’ en ‘Hoe zijn de voorkeur voor en vaardigheid in zowel visuele als verbale informatieverwerking gerelateerd aan lees- en spellingvaardigheid?’.

Het beoogde resultaat: een betrouwbare en valide set van meetinstrumenten om beelddenken bij kinderen te kunnen vaststellen.

E.H. (Evelyn) Kroesbergen, universiteit Utrecht

 Financiering

In aanvulling op financiering door de Universiteit van Utrecht en de Rijksuniversiteit Groningen heeft de SBN fondsen gezocht. Subsidies van De W.M. de Hoop stichting en Stichting Kinderpostzegels hebben dit onderzoek mede mogelijk gemaakt.

Meer info